© All rights reserved. Powered by VLThemes.
Sara Eelen verweeft het dier(lijke) op een ongedwongen manier in haar regels en laat mens en natuur weer geleidelijk samenvloeien, zoals een ruïne weer overgenomen wordt door de wildernis. Er is zelfs sprake van een transformatie, bijvoorbeeld in het gedicht ‘Glassnijder’, waarbij dier en mens versmelten (‘Wie van ons het dier’).
Zo zijn er regelmatig bijna hybride vormen van mens met dier/natuur aanwezig: ‘Binnen slapen de vossen zonder vacht.’, de ‘octopusman’ in het gedicht ‘Sporen zoeken’, ‘doopvontschelpen zo groot als een tienjarig kind’, ‘Eenmaal alleen lik ik je huid schoon/lik de wonden’. We kunnen de terugkeer naar onze oorsprong wel wegsnoeien, maar in het gedicht ‘Termietenheuvelzwart’ laat ze zien dat mens en dier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: ‘De vacht die terugkeert/ wordt haartje voor haartje/tussen de ogen weggetrokken’.
We blijven de kiem van onze dierlijke oorsprong onvermijdelijk meedragen.
Benieuwd naar wat ik van Kratermond vond? Lees verder bij De Reactor: https://www.dereactor.org/teksten/kratermond-sarah-eelen-signalement